Bloeddruk thuis meten: zo werkt de meter en zo meet je goed

My Blog

Bloeddruk thuis meten: zo werkt de meter en zo meet je goed

Steeds meer mensen meten hun bloeddruk thuis. Dat is handig: je hoeft niet naar de praktijk en je krijgt een beter beeld van hoe je bloeddruk zich over langere tijd gedraagt. Bij de huisarts is de bloeddruk namelijk vaak wat hoger door spanning, iets wat ook wel het witte-jasseneffect wordt genoemd.

Een thuismeting is alleen zo betrouwbaar als de manier waarop je meet. Een goede meter helpt, maar je houding, het moment van meten en de manier waarop je de cijfers bijhoudt maken minstens zoveel verschil. In dit artikel lees je hoe zo’n apparaat werkt, waarin bovenarm- en polsmeters verschillen en hoe je je uitkomsten zinvol vergelijkt.

Hoe een automatische meter werkt

De meeste bloeddrukmeters voor thuis werken volgens de zogeheten oscillometrische methode. De manchet wordt opgepompt tot de slagader tijdelijk wordt dichtgedrukt. Daarna loopt de druk langzaam terug. Terwijl het bloed weer begint te stromen, registreert een sensor kleine trillingen in de vaatwand.

Uit het patroon van die trillingen berekent de meter twee waarden: de bovendruk (systolisch), de druk wanneer je hart samentrekt, en de onderdruk (diastolisch), de druk wanneer je hart ontspant. Veel apparaten tonen daarnaast je hartslag en geven een melding bij een onregelmatig ritme.

Bovenarm of pols?

Een bovenarmmeter meet op ongeveer dezelfde plek als de huisarts. De slagader in je bovenarm ligt dicht bij het hart en is relatief groot, waardoor de meting minder gevoelig is voor kleine verschillen in houding. Daarom wordt dit type meestal aangeraden voor regelmatig gebruik thuis.

Een polsmeter is compact en makkelijk mee te nemen. Het nadeel is dat de uitkomst sterk afhangt van de hoogte van je pols: houd je die lager of hoger dan je hart, dan wijkt de waarde al snel af. Een polsmeter kan een uitkomst zijn als je bovenarm erg dik is of als een manchet om je arm pijnlijk is, maar dan moet je extra zorgvuldig meten.

Welk type je ook kiest, let op de maat van de manchet en kies een apparaat dat klinisch is gevalideerd. Wie verschillende modellen naast elkaar wil leggen, kan op gezondheid-advies.nl productvergelijkingen en reviews van gezondheidsproducten bekijken.

Zo meet je op de juiste manier

Kleine dingen beïnvloeden je bloeddruk meer dan je zou denken. Praten, een volle blaas of net de trap op gelopen zijn kan de bovendruk al flink verhogen. Met een vaste routine voorkom je dat.

  • Rook niet, drink geen koffie en sport niet in het halfuur voor de meting.
  • Zit vijf minuten rustig op een stoel, rug gesteund en voeten plat op de grond.
  • Leg je arm ontspannen op tafel, met de manchet op harthoogte.
  • Praat en beweeg niet tijdens het meten.
  • Meet twee keer met een tot twee minuten ertussen en noteer beide waarden.

Uitkomsten vergelijken

Eén meting zegt weinig, want je bloeddruk schommelt de hele dag. Het gaat om het gemiddelde. Vaak wordt geadviseerd om een week lang ‘s ochtends en ‘s avonds te meten, steeds op hetzelfde tijdstip. De eerste dag laat je meestal buiten beschouwing, omdat je dan nog moet wennen aan het apparaat.

Meet de eerste keer aan beide armen. Een klein verschil is normaal; gebruik daarna steeds de arm met de hoogste waarde. Wissel niet tussen bovenarm en pols, want die uitkomsten zijn niet zomaar met elkaar te vergelijken.

Thuis gelden iets lagere grenswaarden dan in de praktijk. Een gemiddelde van 135/85 mmHg of hoger bij thuismeting wordt over het algemeen als verhoogd gezien. Noteer je waarden in een schrift of app, zodat je huisarts een compleet overzicht krijgt.

Je meter controleren

Twijfel je of je apparaat goed meet, neem het dan mee naar de huisartsenpraktijk. Daar kan de assistent de uitkomst vergelijken met een meting op hun eigen apparatuur. Controleer ook regelmatig of de manchet niet versleten is en of de batterijen nog voldoende vol zijn, want ook dat kan de meting beïnvloeden.

Back To Top